Je hebt een medewerker die al langere tijd ziek is. De bedrijfsarts heeft een lijst met beperkingen opgesteld en je merkt dat een snelle terugkeer naar het eigen werk niet realistisch lijkt. Dan komt de vraag op tafel of je een tweede spoor traject moet inzetten, en op welk moment dat eigenlijk moet.
Een tweede spoor traject wordt verplicht zodra duidelijk wordt dat een medewerker zijn eigen werk, aangepast werk of ander werk binnen jouw organisatie niet meer kan uitvoeren. Volgens de Wet verbetering poortwachter draag je samen met je medewerker de verantwoordelijkheid om alles te doen wat in redelijkheid mogelijk is om weer aan het werk te komen. Te lang wachten kan vervelende gevolgen hebben, omdat UWV bij de WIA-aanvraag beoordeelt of er voldoende re-integratie-inspanningen zijn gedaan.
Wat zegt de Wet verbetering poortwachter over spoor 2?
De Wet verbetering poortwachter verplicht werkgever en werknemer om samen actief te werken aan herstel en terugkeer naar werk. Spoor 2 komt in beeld zodra terugkeer binnen de eigen organisatie niet of niet voldoende mogelijk blijkt.
In de praktijk werkt het zo. Na de ziekmelding stelt de bedrijfsarts rond week 6 een probleemanalyse op. Samen met je medewerker maak je daarna een plan van aanpak. Op de pagina over de Wet verbetering poortwachter vind je alle stappen op een rij, van week 1 tot en met de WIA-aanvraag. Rond week 52 vindt de eerstejaarsevaluatie plaats, en op dat moment beoordelen werkgever, werknemer, bedrijfsarts en vaak ook een arbeidsdeskundige of er nog perspectief is binnen de eigen organisatie. Is dat er niet of nauwelijks, dan hoort spoor 2 te starten.
Wanneer is een tweede spoor traject verplicht?
Een tweede spoor traject is verplicht zodra duidelijk is dat je medewerker zijn eigen werk, aangepast werk of ander werk binnen jouw organisatie niet meer kan uitvoeren door de beperkingen die de bedrijfsarts heeft vastgesteld. Uiterlijk bij de eerstejaarsevaluatie moet de afweging gemaakt zijn.
Soms is veel eerder al duidelijk dat terugkeer binnen de eigen organisatie niet realistisch is. Bijvoorbeeld bij een kleine werkgever met weinig variatie in functies, of als de beperkingen dusdanig zijn dat een passende functie ontbreekt. In die situaties is het verstandig om niet te wachten tot de eerstejaarsevaluatie. Hoe sneller je begint met oriëntatie en begeleiding, hoe groter de kans dat je medewerker een passende nieuwe plek vindt.
Bij geleidelijk herstel is de situatie vaak minder eenduidig. Dan helpt een arbeidsdeskundig onderzoek om scherp te krijgen welke mogelijkheden er zijn. De arbeidsdeskundige beoordeelt of het eigen werk passend te maken is, of dat ander werk binnen of buiten jouw organisatie meer perspectief biedt.
Wanneer hoef je geen spoor 2 te starten?
Er zijn situaties waarin spoor 2 mag wachten of zelfs helemaal niet hoeft. Deze uitzonderingen zijn vrij strikt en gelden alleen als de bedrijfsarts of arbeidsdeskundige dit onderbouwt.
In veel situaties hoeft een tweede spoor traject niet meteen te starten als:
- de bedrijfsarts vaststelt dat er op dit moment geen benutbare mogelijkheden zijn en dat herstel zonder spoor 2 reëel is
- er bij de eerstejaarsevaluatie concreet uitzicht is op volledig herstel binnen drie maanden
- je je medewerker structureel passend werk binnen de eigen organisatie kunt aanbieden, aansluitend bij de verdiencapaciteit
- je medewerker binnen een jaar de AOW-leeftijd bereikt
- de kosten van het traject hoger zijn dan zeventig procent van het nog uit te betalen loon
Dit zijn beoordelingen die je niet alleen mag maken. UWV verwacht dat je dit afstemt met de bedrijfsarts en vaak ook met een arbeidsdeskundige, en dat het goed onderbouwd in het dossier staat. Twijfel je? Dan kun je een deskundigenoordeel aanvragen bij UWV.
Wat is de rol van de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige?
De bedrijfsarts beoordeelt de medische situatie en stelt vast welke beperkingen je medewerker heeft. De arbeidsdeskundige vertaalt die beperkingen naar concrete werkmogelijkheden binnen of buiten jouw organisatie.
Voor de keuze om spoor 2 in te zetten zijn beiden belangrijk. De bedrijfsarts geeft aan wat er medisch nog mogelijk is. De arbeidsdeskundige adviseert of het eigen werk passend te maken is, of dat ander werk meer perspectief biedt. Op basis daarvan bepaal jij samen met je medewerker de vervolgstap. Een arbeidsdeskundig onderzoek vlak voor de eerstejaarsevaluatie is een veelgebruikte manier om die afweging zorgvuldig te maken en goed in het dossier vast te leggen.
Kunnen spoor 1 en spoor 2 naast elkaar lopen?
Ja, spoor 1 en spoor 2 kunnen prima naast elkaar lopen. Het starten van spoor 2 betekent niet dat terugkeer binnen jouw organisatie van tafel is.
In veel trajecten blijft spoor 1 doorlopen zolang er nog perspectief is op aangepast werk binnen de eigen organisatie. Tegelijkertijd onderzoekt je medewerker in spoor 2 wat er buiten de organisatie mogelijk is. Lukt spoor 1 alsnog, dan stopt spoor 2. Andersom geldt dat ook. Voor je medewerker geeft het twee paden om aan te werken, en dat vergroot de kans op een passende uitkomst. Op onze pagina voor werknemers over het tweede spoor traject leggen we het traject uit vanuit hun perspectief, handig om mee te sturen als je je medewerker meer context wilt geven.
Wat gebeurt er als je spoor 2 te laat start?
Te laat starten met spoor 2 kan een loonsanctie van UWV opleveren. UWV toetst bij de WIA-aanvraag of werkgever en werknemer voldoende re-integratie-inspanningen hebben geleverd. Vinden zij van niet, dan kun je verplicht worden om het loon van je medewerker tot maximaal 52 weken langer door te betalen.
Dat is voor veel werkgevers een onaangename verrassing en vaak te voorkomen. Een tijdige start, duidelijke afstemming met de bedrijfsarts en een goed onderbouwd dossier maken het verschil. Houd er rekening mee dat UWV ook kijkt naar de kwaliteit van het traject, niet alleen of het is gestart.
Hoe pak je een tweede spoor traject zorgvuldig aan?
Een goed spoor 2 traject begint met een rustige kennismaking en een eerlijke uitleg aan je medewerker. Daarna volgt een onderzoek naar mogelijkheden, een passend zoekprofiel en concrete begeleiding bij sollicitaties of netwerkgesprekken.
Bij Nieuwe Koers werken we sinds 2003 samen met werkgever en werknemer aan trajecten die passen bij de situatie. Op onze pagina over tweede spoor re-integratie voor werkgevers lees je hoe onze begeleiding eruit ziet en hoe we de regie over het dossier nemen. We kijken naar wat de medewerker nog wel kan, brengen kansen in kaart en helpen stap voor stap. Een traject kan bestaan uit gesprekken, een persoons- en zoekprofiel, arbeidsmarktoriëntatie, sollicitatiebegeleiding, werkervaringsplaatsen, vrijwilligerswerk of scholing. Wat past hangt af van de medewerker, het werkverleden en de fysieke en mentale belastbaarheid.
We zorgen ook dat het dossier richting UWV compleet is. Dat geeft jou als werkgever rust en helderheid bij de WIA-aanvraag.
Klaar voor een rustige, zorgvuldige start?
Twijfel je of je een spoor 2 traject moet starten, of wanneer dat het beste kan? We denken graag mee. Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek. Samen kijken we wat past bij jouw situatie en die van je medewerker.